Het studiehuis is helemaal niet bouwvallig

Bron: De Gelderlander, 14 december 2005

Het studiehuis is helemaal niet bouwvallig

Is het studiehuis zo bouwvallig als de krant beweert? Ouders, wees gerust, schrijft Willem Wijnakker. Gemiddeld genomen krijgt uw kind veel meer aandacht in het studiehuis dan u zelf ooit op de middelbare school hebt gehad.

Hebt u zich ook geërgerd aan die artikelen, waarin het fiasco van het studiehuis zo breed wordt uitgemeten? Of, veel erger nog, denkt u dat er een realistisch beeld wordt gegeven van de gang van zaken in de bovenbouw van havo en vwo? Dat ‘kinderen niets meer hoeven te weten’, dat ‘het klassikale lesgeven taboe is verklaard’ en dat ‘docenten zich steeds minder met hun leerlingen mogen bemoeien’.
Je zou als ouder je kind bijna niet meer naar school durven sturen. Eerst die basisvorming, die ook al in een vroeg stadium mislukt werd verklaard, en vervolgens een beetje internetten, wat tekstjes achter elkaar plakken voor een ‘werkstukkie’ en wat rondhangen in het studiehuis.
Heb je de krant goed en wel dichtgeslagen, dan hoor je vervolgens op tv dat hele cohorten kinderen worden opgeofferd aan de grillen van de onderwijsvernieuwers.
Hoog tijd voor een optimistisch geluid. En een realistisch geluid, afkomstig uit een van die scholen waarin dit alles zou gebeuren.
Om te beginnen is het van belang onderscheid te maken tussen ‘de tweede fase’ en ‘het studiehuis’.
De tweede fase is een door de overheid ingevoerde gedeeltelijke herziening van de programmering in de bovenbouw van havo en vwo. Er kwamen enkele nieuwe vakken, de vrije pakketkeuze verdween; daarvoor in de plaats kwamen profielen, die je kunt opvatten als logisch samenhangende vakkenpakketten en er kwam het zogenaamde profielwerkstuk. Scholen zijn verplicht de programmering van hun onderwijs in de bovenbouw zo in te richten.
Het begrip ‘studiehuis’ staat voor de manier van werken in de bovenbouw van havo en vwo.
De overheid heeft daarover niets voorgeschreven. Scholen zijn vrij in hun keuzes met betrekking tot de inrichting van hun studiehuis. Ze kunnen de klassikale lessen voor 100 pct.
handhaven en voor 100 pct. afschaffen, en allerlei varianten invoeren die tussen die twee uitersten zitten.
Anno 2005 is het studiehuis zeven jaar oud. Nog niet eens in de puberteit. Hoe ziet dat huis er nu uit? Als je op een willekeurige ochtend door een middelbare school loopt, wat zie je dan? Wel, je ziet vooral gewone klaslokalen, met leerlingen die in drie rijen zitten, een docent voor het bord die huiswerk aan het bespreken is of iets aan het uitleggen is.
Leerlingen volgen onderwijs zoals het al vele jaren gaat. Je ziet meer tv’s dan vroeger en hier en daar een dvd, een paar computers of een beamer.
Ook wordt er in sommige lokalen gewerkt in groepjes. Verder zie je in de mediatheek veel leerlingen die over het algemeen vlijtig bezig zijn. Ze zoeken iets op internet, ze werken aan een praktische opdracht, ze maken een powerpointpresentatie; er wordt gewerkt in een elektronische leeromgeving, zoals moodle.
Sommigen werken heel geconcentreerd, enkelen doen niet zo veel; net zoals in de meeste lessen het geval is.
De realiteit van verreweg de meeste scholen komt volstrekt niet overeen met de karikatuur die ons helaas maar al te vaak wordt voorgehouden. Er is eerder te weinig veranderd dan te veel. Leerlingen zijn er nog behoorlijk consumptief ingesteld en krijgen daartoe ook de gelegenheid. Docenten gaan steeds meer die andere rol oppakken: aandacht geven aan het leerproces van individuele leerlingen, hen stapje voor stapje begeleiden naar meer zelfstandigheid, niet door ze maar te laten aanmodderen en beschikbaar te zijn als het schip strandt, maar actief door te stimuleren, te ondersteunen en te controleren, door ruimte te bieden en tegelijk de regie te houden. Moeilijk? Ja zeker. Maar ook uitdagend werk. Een uitbreiding van de diverse rollen die een goed docent vervult.
En levert dat ook iets op? Wel degelijk. Eén voorbeeld: sinds enkele jaren worden ook op onze school de beste profielwerkstukken genomineerd voor een prijs. Op een speciale avond houden leerlingen voor hun medeleerlingen, ouders en docenten presentaties over hun profielwerkstuk. Wat je daar ziet aan inventiviteit, initiatief, ondernemerschap, presentatievaardigheid en toewijding maakt in een klap duidelijk dat het studiehuis bepaald niet bouwvallig is. Dat het veel goeds te bieden heeft.
Dat leerlingen er niet alleen kennis opdoen – wellicht wat minder diepgaand dan vroeger, maar daarnaast allerlei vaardigheden waar ze een leven lang profijt van hebben.
Het studiehuis is volop in ontwikkeling. Er wordt hard en met hart en ziel gewerkt om er een goed doortimmerd huis van te maken, een huis waarin een goede balans is tussen kennis overdragen, kennis eigen maken en het aanleren van belangrijke vaardigheden, een huis waarin veel aandacht is voor goed onderwijs. En voor de leerlingen. Dus ouders, wees gerust.
Gemiddeld genomen krijgt uw kind veel meer aandacht in het studiehuis dan u zelf ooit op de middelbare school hebt gehad!
Willem Wijnakker is directeur van het Canisius College te Nijmegen.