Anne en Paulien gaan ver voor hun werkstuk

De Gelderlander, 1 oktober 2005

Door JACQUELINE DE BEKKER

NIJMEGEN – Anne is van de spontane invallen en ideeën, Pauline stroomlijnt en verwijdert de scherpe kantjes. Prima chemie, vinden ze, die er nu zelfs toe leidt dat ze samen naar Indonesië gaan. Voor hun profielwerkstuk over de tsunami.

Nee, het gebeurt niet elke dag dat scholieren naar Indonesië afreizen voor hun werkstuk. Niemand die dat beter beseft dan Paulien Hoefnagel en Anne Olthof. “Het is pure luxe”, zeggen ze in alle eerlijkheid.

Een luxe die ze zich naar eigen zeggen kunnen permitteren omdat eigenlijk alles meezit en precies op tijd op zijn plaats valt. Zoals kennissen in Indonesië die beroepshalve naar het door de tsunami zwaar getroffen Atjeh gaan en de twee scholieren mee willen nemen. Of ouders die de helft van de reiskosten wel willen betalen, en een enthousiaste school het Canisius College die de twee vrijroostert.

“We hebben geluk, ja”, zegt Paulien. “Maar we hebben zelf natuurlijk ook niet stilgezeten”, vult Anne aan.

De reis, zo willen de twee zeventienjarige vriendinnen maar zeggen, is hen niet helemaal aan komen waaien.

Voor de zomervakantie hadden ze al het idee opgevat om hun profielwerkstuk over de tsunami te laten gaan. Sindsdien hebben ze allerlei plannen gelanceerd om zo veel mogelijk over de tsunami aan de weet te komen. “En natuurlijk hadden we ook meteen het idee om naar Azië te gaan. Op het laatste moment ging een reis naar Sri Lanka niet door, omdat het daar politiek onrustig is. En net toen we dachten dat we het dan maar moesten doen met de informatie die we hier kunnen vergaren, kregen we de kans om naar Indonesië te gaan”, aldus Anne.

Anne en Paulien vliegen op 7 oktober naar Jakarta. Van daaruit gaan ze enkele dagen later naar Atjeh. Samen met een Nederlandse journaliste en haar man die ontwikkelingswerk doet. “Kennissen van mijn ouders”, zegt Paulien. “Die hebben ons verzekerd dat Atjeh op dit moment veilig is. Anders hadden we van thuis natuurlijk nooit meegemogen.”

Met de hulp van hun Nederlandse vrienden denken en hopen de twee Nijmeegse scholieren zo veel mogelijk contact te kunnen leggen met de plaatselijke bevolking en van hen zelf te horen hoe het de Atjehers vergaat ná de tsunami.

De twee vwo’ers doen het profiel economie/maatschappij en vinden zichzelf ‘maatschappelijk betrokken’. Het leed dat de vloedgolf vorig jaar Kerstmis in Azië aanrichtte, ging hen niet in de koude kleren zitten.

“Meteen na de ramp kwam er van alle kanten hulp. Een tsunami aan hulp”, zegt Paulien glimlachend. “Maar de vraag is: wat heeft die hulp opgeleverd? Zo hebben we bijvoorbeeld gehoord dat Nederland meehelpt aan de opbouw van een haven die helemaal verwoest is. Maar dat gebeurt met de hulp van Nederlandse arbeiders, en dat terwijl de plaatselijke bevolking erg verlegen zit om werk. Wij vragen ons af waarom dat werk niet uitbesteed is aan de autochtone bevolking.”

“Die dingen”, vult Anne aan, “willen we min of meer zelf gaan onderzoeken en beschrijven. We willen gaan kijken of de ontwikkelingshulp goed wordt ingezet en op welke manier het eventueel beter zou kunnen.”

Paulien: “Maar daar, in Atjeh en Indonesië, zullen we eigenlijk pas precies weten wat we gaan doen en welke vorm ons werkstuk krijgt.”

Inmiddels zijn alle spuiten en pilletjes gehaald en is het visum binnen. Anne en Paulien zijn klaar voor het avontuur. “Zo’n kans krijg je nooit meer”, meent Anne. “Dat is wat we voortdurend tegen elkaar zeggen. Tegelijkertijd zal niet alles even makkelijk zijn natuurlijk, want we zullen veel ellende tegenkomen.”

“Emotioneel zwaar? Misschien wel”, antwoordt Paulien, “maar we hebben elkaar.” Anne: “Sinds de tweede klas is het al dikke mik”.